Mendil
Een geweven doek die de vrouwen van de Jebala in de westelijke Rif om hun taille knopen, meestal rood met fijne witte strepen. Hij dient ook om kinderen of lasten op het lichaam te dragen.
Wat het is
De mendil is een stuk stof van wol en katoen dat de vrouwen van de Jebala boven de gordel om hun taille knopen. Hij reikt tot de kuiten en zit als een schort of een wikkelrok; meestal is hij rood met fijne witte strepen, maar er komen ook andere streepvolgorden voor. Een studie over de geitenhoudsters van Chefchaouen (2021) beschrijft hem als schortrok, die kenmerkend is voor de materiële cultuur van de Jebala en in heel Noord-Marokko verbreid is.
De rechthoekige doek is niet alleen kleding. Hij wordt ook gebruikt om kleine kinderen of waren op de rug of voor het lichaam te dragen. De vrouwen die op het platteland geiten houden, dragen de mendil voortdurend bij het werk buitenshuis; de houdsters in de stad doen hem vaak om voor het werk met de dieren.
Waar het vandaan komt
Jebala (enkelvoud jebli, ‘bergbewoner’) heten de bewoners van de westelijke helft van de Rif in het uiterste noorden van Marokko; hun land omvat tegenwoordig 44 stammen. Hun dialect neemt onder de Arabische dialecten van Marokko een eigen plaats in.
In het Marokkaans-Arabisch is mendil (meervoud mnadel) in het algemeen een groter rechthoekig stuk stof, ook een handdoek, een servet of een tafelkleed. Bij de Jebala heet de wikkeldoek soms ook foṭa of atezzer.
Waarvan het is gemaakt
De Jebala gelden vooral als wevers: katoen, linnen, hennep en wol verwerken ze thuis tot dekens en tot kledingstukken voor mannen en vrouwen. Over het materiaal lopen de gegevens licht uiteen: de encyclopedie van de Amazigh noemt wol en katoen samen, de Engelstalige Wikipedia katoen of wol.
Waaraan je het herkent
De mendil hoort bij een klederdracht waaraan men de vrouwen van de Jebala herkent: een brede hoed van gevlochten dwergpalmbladeren (šešiya of taraza) met dikke wollen koorden en vaak bonte pompons, een tot vijf meter lange wollen gordel waarvan de kleuren en patronen per stam verschillen, en beenkappen van geitenleer. De wijde broek (sarwel) die men elders draagt, ontbreekt. Mendil en chechiya, de betrekkelijk grote hoed van gevlochten doumpalmbladeren, gelden als de twee zinnebeelden van de Jebala-vrouw; haar man draagt daarbij gele babouches, een korte wollen djellaba en een tulband.
De wollen kwasten en koorden aan de hoeden van de vrouwen zijn vaak zwart, wit en rood. Volgens de encyclopedie van de Amazigh kenmerkt deze kleding de Jebala tot op heden het duidelijkst, en vooral de vrouwen onderscheiden zich erin.
In het kort
- Darija
- mendil, meervoud mnadel
- Andere namen
- foṭa, atezzer
Waar het vandaan komt
Thuis in de regio Tanger-Tetouan-Al Hoceima.
Wanneer je het tegenkomt
Hoort erbij
Meer uit Dingen
Doorgeven
Als link, via WhatsApp of e-mail.
Laatst gecontroleerd op 26 okt. 2026. 4 bronnen, waarvan 0 primair (overheid, UNESCO, beheerder).