Gebs (stucwerk)
Gebs is gesneden gips op wanden en plafonds: ambachtslieden snijden patronen in een nog vochtige gipslaag, die vaak met kleur wordt opgehaald en met hout en metaal wordt gecombineerd.
Wat het is
Het ministerie van Ambachten en de Maison de l’Artisan, de overheidsinstelling die het ambacht bevordert, rekenen gesneden gips onder de naam gebs tot de bouwkunstambachten. Het snijwerk wordt met kleuren benadrukt en gecombineerd met hout, metaal en andere versiering. In het Marokkaans-Arabisch betekent gebs gips of krijt, en de stukadoor heet gebbas.
Gebs is in wezen bas-reliëf. De patronen zijn geometrisch, zoals men ze ook van zellige kent, met daarnaast schriftbanden en rankwerk van gestileerde bladeren, ranken en bloemen. Hoe ondiep of diep er gesneden wordt, bepaalt het spel van licht en schaduw waarin men het patroon leest.
Geschiedenis
Volgens de stukadoor Patrick Webb werd het snijden in gips in de late middeleeuwen in de Maghreb en op het Iberisch Schiereiland tot een eigen kunst verfijnd. In de Ben Youssef-madrasa in Marrakesh, een Saadisch schoolgebouw uit 1565 met kamers voor studenten, zijn de wanden van de bovenverdieping en de kapitelen van de pijlers geheel bedekt met gips waarin bloemmotieven zijn gesneden. In het paleis Dar Jamaï in Meknes, tussen 1880 en 1882 gebouwd voor de familie van een vizier, komen marmer, stucwerk, gesneden hout en zellige samen; een deel van het paleis huisvest nu het Museum voor Traditionele Kunsten en Ambachten.
Waarvan het is gemaakt
Voor interieurs gebruikt men tegenwoordig meestal laag gebrande gips; voor oud buitenwerk werd volgens Webb vaak onzuivere, heter gebrande gips gebruikt, die langzamer uithardt maar dichter en beter bestand tegen weer en wind is. De roze gips die in Marrakesh bijzonder gewaardeerd wordt, dankt zijn kleur volgens de Maison de l’Artisan aan de rode klei uit een groeve bij Asni.
Hoe het wordt gemaakt
De gipslaag is minstens bijna twee centimeter dik, bij diep snijwerk tot vijf; hij wordt meestal een dag voor het snijden aangebracht en vochtig gehouden, zodat hij hard genoeg is om te snijden maar niet bros breekt. Het patroon wordt op papier met passer en liniaal ontworpen en met een steekpasser licht in de gips gekrast. Er wordt uit de vrije hand gesneden, zonder hamer, met lange, smalle beitels van gesmeed staal; na het drogen wordt het oppervlak licht geschuurd en vaak met een dunne kleislemp bedekt.
In Tanger werken de ambachtsman Abdelouahed En Nafaâ en zijn broer al meer dan dertig jaar met gebs. En Nafaâ leidt de ambachtscoöperatie van de stad en leidt in zijn werkplaats leerlingen op, die het traditionele uitzetten van patronen met hulplijnen leren; zijn geometrische en florale patronen gaan volgens hem ook naar paleizen in de Golf en huizen in Europa en Amerika.
Waaraan je het herkent
Omdat gips geen nerf heeft, laat het fijnere nuances toe dan hout of steen. Kenmerkend zijn vlechtbanden waarvan de lijnen als geweven over en onder elkaar lopen, en het contrast tussen grote en kleine, rechte en gebogen, gladde en ruwe vormen; het beste en vaak oudste werk is beschilderd en draagt bladgoud.
In het kort
- Arabisch
- الجبس, gips
- Darija
- gebs: gips, krijt; gebbas: stukadoor
Waar het vandaan komt
In het hele land thuis, zonder plaats van herkomst die een bron noemt.
Hoort erbij
Meer uit Ambacht
Doorgeven
Als link, via WhatsApp of e-mail.
Laatst gecontroleerd op 27 okt. 2026. 6 bronnen, waarvan 1 primair (overheid, UNESCO, beheerder).