Leerlooierijen
Chouara in de wijk Lablida is een van de actiefste historische looierijen van Fez, waar een statistiek van de Almohaden ooit 86 looierijen telde. De huiden weken daar in kalk en duivenmest en worden geverfd met natuurlijke stoffen als rozen, cederhout en saffraan.
Wat het is
In de looierij worden ruwe huiden tot leer verwerkt. Marokko heeft in het leerambacht een lange traditie, en het woord maroquinerie duidt tot op heden het vervaardigen van fijn, geverfd leer en de verwerking ervan aan, vooral tot boekbanden. Van het leer van Chouara worden babouches (pantoffels), tassen, portemonnees en riemen gemaakt. Volgens de Maison de l’Artisan gaat de naam maroquinerie terug op de faam van het Marokkaanse leerambacht; tot zijn producten behoren zitkussens (poefs), schrijfonderleggers, zadels en met leer beklede meubels.
Waar het vandaan komt
Tot de actiefste historische looierijen van Fez behoren Sidi Moussa in Garnīz, die minstens teruggaat tot de 12e eeuw, Chouara in de wijk Lablida bij de brug Bin Lamdoun, Ain Azliten uit de 18e eeuw en Rahbat at-Tben in de wijk al-Qalqliyyin. Oude looierijen zijn er ook in Rabat (Diour Dbagh), Marrakesh, Tetouan en Beni Mellal. Archnet rekent Chouara tot de drie looierijen van Fez; ze ligt aan de rivier bij de medrese as-Saffarin en werkt daar sinds de vroege tijd van de stad. Fez werd tussen 789 en 808 door de Idrisiden gesticht en beleefde zijn bloei in de 13e en 14e eeuw onder de Meriniden; de medina is sinds 1981 werelderfgoed en bewaart de meeste van haar oorspronkelijke functies en ambachten.
Geschiedenis
Volgens de overlevering zou het looien in Fez onder Idris II (gestorven 828) zijn begonnen, maar bewezen is dat niet. Een statistiek van de Almohadische makhzen, het staatsbestuur, telde 86 looierijen, van de kleine werkplaats tot het grote bedrijf.
Waarvan het is gemaakt
Voor het looien werden veel ingrediënten in molens fijngestampt: schors van granaatappel, kurkeik of mimosa, aluin, pottenbakkersklei, as, steenzout, gebluste of ongebluste kalk, een oplossing van duivenmest, tarwezemelen, galnoten van de tamarisk en ingemaakte vijgen. In Chouara kleuren rozen het leer rood, cederhout bruin en saffraan geel; het saffraangele leer hoort vooral bij de babouches die ziwania heten.
Hoe het wordt gemaakt
In Chouara komen de ruwe huiden van de markt Ain Nokbi; ze liggen tot twee weken in een mengsel van kalk en duivenmest en worden regelmatig bewogen, zodat ze zacht worden en weefselresten loskomen. Daarna worden ze in kuipen geverfd, rondom de looierij gedroogd en aan de ambachtslieden doorgegeven. Archnet beschrijft de kuilen als een raster van ronde stenen bassins; de witachtige vloeistof om de ruwe huiden zacht te maken bestaat volgens Archnet uit runderurine, duivenmest, ongebluste kalk, zout en water, andere bassins bevatten verf.
De looierijen van Fez hebben met kalk bepleisterde kuilen (al-mjayar), bassins met helder water (sahrij), die in Chouara tot drie meter lang zijn, en bassins met stromend water (markal) om de schapen- en geitenhuiden te spoelen; daarbij komen halfronde kuipen (qasriya), waarin 30 tot 60 huiden passen. Een looierij heeft daarom ruim water nodig uit leidingen, bronnen of putten.
Waaraan je het herkent
De labelstrategie van het ministerie van Ambachten voorziet in een label ‘Eco Tannage’, bedoeld als eerste label voor verantwoord ambacht (‘artisan responsable’). Voor babouches gelden volgens het ministerie bindende normen.
In het kort
- Arabisch (transcriptie)
- ad-dibāgha, het looien; dabbāghīn, de looiers
- Darija
- Dar Dbagh, de looierij; Diour Dbagh, de looierijen
Waar het vandaan komt
Thuis in Fez.
De plaatsen verwijzen naar hun pagina’s op meinmarokko.com.
Hoort erbij
Meer uit Ambacht
Doorgeven
Als link, via WhatsApp of e-mail.
Laatst gecontroleerd op 26 okt. 2026. 7 bronnen, waarvan 4 primair (overheid, UNESCO, beheerder).