Selham
Wijde capuchonmantel tot de voeten, van voren slechts over een handbreedte dichtgenaaid, van witte wol of bruin geitenhaar; Marokkaanse Berbersprekers noemen hem meestal asdelham, een vorm die ook het Arabisch kent. In de stad wordt hij over de djellaba gedragen.
Wat het is
De selham is een wijde mantel met capuchon, die tot de voeten reikt en van voren op de borst slechts over ongeveer een handbreedte is dichtgenaaid; zo blijft hij zonder gesp of knoop op de schouders zitten. Mouwen heeft hij niet; in omtrek lijkt hij op een klok. Harrells woordenboek van het Marokkaans-Arabisch beschrijft hem als overkleed met capuchon en zonder mouwen; de kwast aan de capuchon heet belluta.
In de stad draagt men hem over de djellaba. Eeuwenlang was hij een mannenkledingstuk, gedragen door sultans, ambtenaren, rechtsgeleerden en gewone mensen; tegenwoordig dragen ook vrouwen hem, voor wie ontwerpsters hem opnieuw vormgeven.
Waar het vandaan komt
De selham is de Marokkaanse vorm van de burnus, die men in heel Noord-Afrika draagt, in stad en land, bij Berber- en Arabischsprekers. Marokkaanse Berbersprekers noemen hem meestal asdelham, een vorm die ook het Arabisch kent; het woord burnus zelf is bij hen onbekend, in het Marokkaans-Arabisch staat bernus echter naast selham in het woordenboek. De naam selham voert men mogelijk terug op een Arabisch woord voor slank en hoog.
Geschiedenis
Ibn Khaldun beschrijft de burnus als kleding van de Berbers, en al Augustinus noemt een mantel genaamd birrus, die in zijn tijd in Afrika werd gedragen. Onder de Meriniden was de selham een heffing van de plattelandsbevolking aan de staat, die sultan Abu al-Hassan (1331–1351) afschafte.
Waarvan het is gemaakt
Als mantel tegen de kou wordt hij zeer dicht geweven, van zuivere witte wol of bruin geitenhaar, soms zwart geverfd. Welgestelden lieten hem maken van fijne wol, zijde of brokaat, eenvoudige stukken zijn van grove wol. Aan de capuchon hangt een kwast, die bij stedelijke notabelen zeer groot kon zijn.
Hoe het wordt gemaakt
In Figuig spinnen en weven vrouwen schapen- en kamelenwol, mannen naaien er selham en djellaba van; aan één stuk werken vijf vrouwen ongeveer tien dagen. Bekend om de vervaardiging waren ook de Jbel Mdioun ten oosten van Fez en de streek Tadla, en in enkele wijken van Fez werden de versieringen gemaakt.
Wanneer
Stedelingen die aan de traditie vasthouden, dragen de selham op feestdagen, op vrijdag en bij bijzondere gelegenheden. Bij de tbourida, het ruiterspel, hoort hij bij de feestkleding, samen met de djellaba en de gedrapeerde haik.
Waaraan je het herkent
Van de djellaba onderscheidt hij zich doordat hij geen mouwen heeft en van voren bijna helemaal open is. In Figuig toont de kleur de drager of de gelegenheid: wit voor religieuze gelegenheden, zwart voor de bovenlaag, bruin voor boeren, en rood geldt als het fijnste, voorbehouden aan de notabelen.
In het kort
- Arabisch
- السلهام
- Darija
- selham, meervoud slahem
- Berbers (Marokko)
- asdelham
Waar het vandaan komt
In het hele land thuis, zonder plaats van herkomst die een bron noemt.
Wanneer je het tegenkomt
Hoort erbij
Doorgeven
Als link, via WhatsApp of e-mail.
Laatst gecontroleerd op 26 okt. 2026. 6 bronnen, waarvan 0 primair (overheid, UNESCO, beheerder).