Zellige
Geglazuurde wandtegels waarvan de geometrische patronen ontstaan uit veel kleine, afzonderlijk gehakte vormstukken; tot de hoogste bloei brachten de ambachtslieden van Fez deze kunst onder de Meriniden. De klei voor Fez komt van de vindplaats Benjlik.
Wat het is
Zellige zijn geglazuurde, gekleurde tegels die vooral vloeren en de onderste wandzones van gebouwen bedekken; hun geometrische patronen ontstaan doordat veel kleine vormen naast elkaar worden gezet. Vakmensen spreken van een marqueterie van faience, dus inlegwerk van geglazuurde keramiek. Elk vormstuk heeft een naam: de achtpuntige ster heet bijvoorbeeld dirham, gebogen vormen zijn genoemd naar dingen als eend, kam of armband. In het Marokkaans-Arabisch heet de tegel zellīž, en zellež betekent een vlak met mozaïek bekleden.
Waar het vandaan komt
De klei van de werkplaatsen van Fez komt van de vindplaats Benjlik, ook Ben Jelliq geschreven, bij de stad; de bedrijven liggen ten oosten van Fez achter de berg Zalagh, dicht bij de kleigroeve. Daarnaast bestaat de zellige van Tetouan, een minder bewerkelijke techniek: daar worden de vormen meteen uit de rauwe klei gesneden, in het glazuur gedoopt en pas dan gebakken.
Geschiedenis
De eerste vormen van zellige verschijnen in de architectuur van de Almohaden (1130–1269), bijvoorbeeld aan de Koutoubia-moskee in Marrakesh. De techniek werd verder ontwikkeld onder de Meriniden (1244–1465), toen er veel medersa’s (onderwijsinstellingen) ontstonden; de ambachtslieden van Fez brachten haar toen tot haar hoogtepunt. Tot de vroege voorbeelden behoort de medersa as-Saffarin in Fez, gesticht in 1271. Onder de Meriniden bereikte Fez zijn bloei en loste het Marrakesh als hoofdstad af; uit die tijd stammen de meeste bouwwerken van de medina, medersa’s, fondouks, paleizen, moskeeën en fonteinen.
De Saadiërs (1530–1660) namen de techniek over, en in Marrakesh kwamen nieuwe patronen op, zoals sterren met zestien punten. Het eerste palet van glazuren was beperkt tot zwart, turkooisblauw en amandelgroen, minder vaak mangaanbruin en later okergeel; een donker rood kwam er pas vanaf de jaren 1930 bij.
De traditie brak niet af: een vierkant paneel uit de 19e eeuw in het museum Al Batha in Fez, 72,7 centimeter breed, toont zwart en turkoois op ivoorwitte grond met okergele banden en amandelgroene achthoeken; het werd in 1945 uit een huis in de stad geborgen, en de catalogus ziet erin het van de Meriniden geërfde meesterschap.
Waarvan het is gemaakt
Historische tegels hebben een poreuze, kalkhoudende scherf onder een loodglazuur en werden oorspronkelijk met gipsmortel bevestigd. Voor de scherf mengen de ambachtslieden in Fez een derde zandige met twee derde siltige klei. Het glazuur ontstaat volgens Werner uit lood en een zandige rode aarde uit Meknes, die worden gebrand, gemalen en met water en kleurstof aangeroerd; groen levert koper, donkerblauw en zwart leveren ertsen.
Hoe het wordt gemaakt
De klei wordt in waterbassins geweekt, rust een nacht en wordt in vormen gestreken tot plaatjes van ongeveer tien centimeter, die in de zomer een dag, in de winter tot drie dagen drogen. Er wordt twee keer gebakken, eerst het rauwe plaatje, dan na het glazuren van de zichtzijde; volgens laboratoriumproeven lagen de baktemperaturen waarschijnlijk tussen 700 en 900 graden.
Uit het geglazuurde plaatje slaat de snijder de vorm volgens een mal met een scherpe hamer, een tweede ambachtsman maakt de randen schoon en schuint de achterkant af. Het overgeleverde gereedschap voor deze snede heet menqach, en de snede vraagt jaren oefening. De legger zet de stukken met de geglazuurde kant naar beneden, van het midden van het patroon naar buiten; daarna wordt de achterkant met cement en beton tot een paneel verbonden, dat in zijn geheel kan worden geplaatst.
Waaraan je het herkent
Voor zellige uit Fez heeft het ministerie van Ambachten in het kader van zijn labelstrategie een collectief merk voor certificering gecreëerd; certificaten krijgen bedrijven waarvan de monsters aan het gebruiksreglement voldoen. Daarvoor werden ook technische kwaliteitseisen voor zellige uit Fez opgesteld. In januari 2025 liet het staatssecretariaat voor Ambachten bij het Marokkaanse bureau voor industriële eigendom (OMPIC) het collectieve merk ‘Zellige de Tétouan’ inschrijven voor ambachtelijk vervaardigde zellige uit Tetouan, daarnaast woordmerken voor ‘Zellige’ en ‘Zellige Marocain’ in het Arabisch, Frans en Tamazight (ⵊⵊⵍⵍⵉⵊ). Het ministerie noemt bovendien rechtszaken ter bescherming van de zellige uit Fez, en sinds een overeenkomst met de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom van 7 juli 2025 behoren zellige en kaftan tot de cultuurgoederen die Marokko daar juridisch laat beschermen.
In het kort
- Darija
- zellīž, de tegel; zellež, met mozaïek bekleden
- Certificeringsmerken
- ‘Zellige de Fès’, collectief merk van het ministerie van Ambachten uit de jaren 2009–2014; ‘Zellige de Tétouan’, ingeschreven bij het OMPIC in januari 2025
Waar het vandaan komt
Hoort erbij
Meer uit Ambacht
Doorgeven
Als link, via WhatsApp of e-mail.
Laatst gecontroleerd op 26 okt. 2026. 12 bronnen, waarvan 5 primair (overheid, UNESCO, beheerder).