Doum-vlechtwerk
Van de bladeren van de dwergpalm, in Marokko doum, vlechten ambachtslieden manden, tassen en strohoeden.
Wat het is
Doum is de naam van de dwergpalm; in het Marokkaans-Arabisch betekent het woord ook een bos van zijn bladeren. De Maison de l’Artisan noemt doum, naast wol, zijde, katoen en linnen, onder de vezels waarmee Marokkaanse wevers en vlechters werken.
Volgens de Maison de l’Artisan is vlechtwerk in Marokko vooral een landelijk ambacht, dat door mannen en vrouwen wordt beoefend. Van palmbladeren maakt men manden, schalen, draagmanden en boodschappentassen; daarnaast verwerken de vlechters raffia, bies en riet.
Waar het vandaan komt
In de Maghreb wordt gevlochten waar de planten groeien; de dwergpalm vindt men in de bergmassieven van de Atlas. Omdat hij in het wild groeit, ligt het werk daar volgens de etnologe Tatiana Benfoughal nog altijd vooral bij nomaden en halfnomaden, die zelf vlechten of de bladeren aan de dorpen leveren. Een vlechter in Marrakesh werkt met twee soorten doum, een uit de streek van Taza en een uit die van Marrakesh.
Geschiedenis
Het maken van manden en ander huisraad van doum behoort volgens Le360 tot de oudste ambachten van Marrakesh. De vlechters hebben hun kunde van generatie op generatie doorgegeven.
Hoe het wordt gemaakt
Voor de strohoeden van het noorden worden de bladeren elk jaar in mei in bossen in Noord-Marokko gesneden, zorgvuldig voorbereid en dan gevlochten, soms gemengd met bladeren van andere palmen. De vlechtsters beginnen in april, mei en juni, zodat de hoeden klaar zijn voor de heetste tijd en de oogst. Bij manden volgt een vlechter in Marrakesh de wensen van de klanten voor hengsels, versieringen en toebehoren.
Wanneer
De chachiya, de gevlochten hoed van de Jbala in het noorden, vergezelt de plattelandsbevolking op het veld, op bergpaden en op weg naar de markt. Tegenwoordig dragen vooral vrouwen hem in de zomer, en in Anjra, Chefchaouen, Ouazzane en Beni Arous in de provincie Larache ook mannen; in andere streken heet de hoed taraza.
Waaraan je het herkent
Het vlechtwerk van de chachiya beschermt het hoofd tegen de zon en laat lucht door. Vrouwenmodellen rond Chefchaouen dragen kleine pompons van rode of donkerblauwe wol, mannenmodellen zijn soberder; het vlechten wordt doorgegeven door ambachtsvrouwen en door coöperaties in Chefchaouen, Fahs-Anjra en rond Tetouan.
In het kort
- Darija
- dum: dwergpalm; bos van zijn bladeren
- Botanische naam
- Chamaerops humilis L.
Waar het vandaan komt
In het hele land thuis, zonder plaats van herkomst die een bron noemt.
Wanneer je het tegenkomt
Hoort erbij
Meer uit Ambacht
Doorgeven
Als link, via WhatsApp of e-mail.
Laatst gecontroleerd op 27 okt. 2026. 6 bronnen, waarvan 2 primair (overheid, UNESCO, beheerder).